25 ANTWOORDEN
VERDACHTE T/M BIJZONDERE WETTEN
OVERALL 3
Zakboek Strafvordering voor de HulpOvJ hoofdstuk 2 t/m 11
of
Zakboek Strafvordering
en Strafrecht voor de Opsporingsambtenaar hoofdstuk 2 t/m 10
Auteursrechten voorbehouden www.zakboekenpolitie.com

1.       Het juiste antwoord is c.

Zakboek hulpOvJ 2.6 en 2.7.
Zakboek opsporingsambtenaar 2.4 en 2.5.

2.       Het juiste antwoord is a.

Art. 149a lid 2 Sv: tot de processtukken behoren alle stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn, behoudens het bepaalde in art. 149b. 

Zakboek hulpOvJ 2.14.
Zakboek opsporingsambtenaar 2.10.

3.      Het juiste antwoord is c.

Zakboek hulpOvJ 2.16.
Zakboek opsporingsambtenaar 2.11.

4.      Het juiste antwoord is c.

Zakboek hulpOvJ 3.48.
Niet in zakboek opsporingsambtenaar.

5.      Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 3.26 en 4.30.
Zakboek opsporingsambtenaar 3.19 en 4.22.

6.      Het juiste antwoord is c.

Zakboek hulpOvJ 4.13.
Zakboek opsporingsambtenaar 4.12.

7.      Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 4.30.
Zakboek opsporingsambtenaar 4.22.

8.      Het juiste antwoord is b.

Zakboek hulpOvJ 4.18.
Zakboek opsporingsambtenaar 4.18.

9.      Het juiste antwoord is c.

a: moet sprake zijn van verdenking van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 141, 157, 285, 300 t/m 303 of 350 Sr, begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats, dan wel gericht tegen personen met een publieke taak, waardoor maatschappelijke onrust is ontstaan en de berechting van het misdrijf uiterlijk binnen een termijn van 17 dagen en 18 uren na aanhouding van de verdachte zal plaatsvinden.
b: moet ook een 12jaars misdrijf zijn.
c: juiste alternatief, is in werkelijkheid nog ruimer (zie zakboek).
d: niet toegestaan (grond waarheidsvinding alleen toegestaan anders dan voor verklaring verdachte).

Zakboek hulpOvJ 4.35.
Zakboek opsporingsambtenaar 4.27.

10.  Het juiste antwoord is d.

Zakboek hulpOvJ 5.2.
Zakboek opsporingsambtenaar 5.2.

11.  Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 5.2 en 11.20.
Zakboek opsporingsambtenaar 5.2 en 10.20.

12.  Het juiste antwoord is d.

Zakboek hulpOvJ 5.6.
Zakboek opsporingsambtenaar 5.6.

13.  Het juiste antwoord is b.

Gevraagd wordt naar de bevoegdheid (niet naar de vatbaarheid). In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67,1, Sv is iedere opsporingsambtenaar bevoegd de daarvoor vatbare voorwerpen in beslag te nemen en daartoe elke plaats te betreden (aldus art. 96 Sv).

Zakboek hulpOvJ 6.9.
Zakboek opsporingsambtenaar 6.9.

14.  Het juiste antwoord is b.

Zakboek hulpOvJ 7.3 (art. 2 Awbi) en 7.16.
Zakboek opsporingsambtenaar 7.3 (art. 2 Awbi), verder niet in zakboek.

15.  Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 7.9.
Zakboek opsporingsambtenaar 7.9.

16.  Het juiste antwoord is c.

De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs nodig is (art. 7 lid 2 Politiewet). Ingevolge dit art. heeft de politie dan ook een bevoegdheid tot binnentreden ‘ter hulpverlening’. Uiteraard dient nog wél voldaan te worden aan de eisen die de Awbi stelt, inclusief dus een machtiging binnentreden. Een schriftelijke machtiging is ingevolge art. 2, tweede lid van de Awbi niet vereist, als ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet worden binnengetreden. Bij hulpverlening zal daar niet altijd sprake van zijn.

Zakboek hulpOvJ 7.10.
Zakboek opsporingsambtenaar 7.10.

17.  Het juiste antwoord is d.

Zakboek hulpOvJ 7.3 (art. 8 en 9 Awbi).
Zakboek opsporingsambtenaar 7.3 (art. 8 en 9 Awbi).

18.  Het juiste antwoord is b.
 
Zakboek hulpOvJ 9.1.
Zakboek opsporingsambtenaar 8.1.

19.  Het juiste antwoord is d.

Zakboek hulpOvJ 9.6.
Zakboek opsporingsambtenaar 8.3.

20.   Het juiste antwoord is b.

Zakboek hulpOvJ 9.14.
Niet in zakboek opsporingsambtenaar.

21.   Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 8.4.
Niet in zakboek opsporingsambtenaar.

22.   Het juiste antwoord is a.

Het opsporingsonderzoek kan gewoon voortgezet worden en er mogen ook dwangmiddelen uit het opsporingsonderzoek toegepast worden. Als tijdens onderzoekshandelingen van de RC opsporing plaatsvindt, dan dient de OvJ zorg te dragen dat de RC hierover ten spoedigste wordt ingelicht. Voor aanhouding tijdens onderzoekshandelingen door de RC is géén toestemming van de RC vereist.

Zakboek hulpOvJ 8.1 e.v.
Niet in zakboek opsporingsambtenaar.

23.   Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 3.24.
Zakboek opsporingsambtenaar 3.17.

24.   Het juiste antwoord is c.

Zakboek hulpOvJ 11.20.
Zakboek opsporingsambtenaar 10.19.

25.   Het juiste antwoord is a.

Zakboek hulpOvJ 11.18, 11.20 en 11.23.
Zakboek opsporingsambtenaar 10.17, 10.19 en 10.21.

TOT SLOT: TEL UW AANTAL FOUTEN.
0 fout  = 10
1 fout = 10
2 fout = 9.5
3 fout = 9
4 fout = 8.5
5 fout = 8
6 fout = 7.5
7 fout = 7
8 fout = 6.5
9 fout = 6
10 fout = 5.5
11 fout = 5
12 fout = 5
13 fout           = 4.5
14 fout = 4
15 fout = 3.5
16 fout = 3.5
17 fout = 3
18 fout = 2.5
19 fout           = 1.5
20 fout = 1
21 fout = 0.5
22 fout en meer = 0

Heeft U fouten in de vragen of de beantwoording gevonden?
Heeft U tips over de vragen of heeft U tips voor andere meerkeuze vragen?
Mail graag naar webmaster@zakboekenpolitie.com.