ANTWOORDEN VEELVOORKOMENDE MISDRIJVEN
Zakboek Strafrecht voor de Politie

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar

Set II
Auteursrechten voorbehouden www.zakboekenpolitie.com

 

1.    Het juiste antwoord is a.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 5.22.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 15.5.


2.    Het juiste antwoord is b.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 7.4 e.v.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 17.1 e.v.


3.    Het juiste antwoord is b.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 7.5.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 17.2.


4.    Het juiste antwoord is c.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 7.6 en 7.7.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 17.3 en 17.4.


5.    Het juiste antwoord is d.

Strafbaar is elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad(schrift) draagt, iemand aangedaan:
1: hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding;
2: hetzij in diens tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden;
3: hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding.
Hier is sprake van 2 en aldus van eenvoudige belediging (art. 266 Sr). De uitzondering van lid 2 is hier overigens niet van toepassing.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 11.5.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 21.4.


6.    Het juiste antwoord is b.

I: Voldoende is dat de dader willens en wetens een onder gegeven omstandigheden voor het normaal ontwikkeld schaamtegevoel kwetsende handeling verricht

Zakboek Strafrecht voor de Politie 10.2.

Niet in Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar.


7.    Het juiste antwoord is c.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 10.2.

Niet in Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar.


8.    Het juiste antwoord is a.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 11.8 en 11.9.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 20.7, verder niet in zakboek.


9.    Het juiste antwoord is a.

Inderdaad is alleen stelling I juist. Onder inklimming in het kader van gekwalificeerde diefstal wordt ingevolge art. 89 Sr immers begrepen ondergraving, alsmede het overschrijden van sloten of grachten tot afsluiting dienende. Indien de schuldige zich aldus d.m.v. inklimming de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft (zoals in de casus), is er sprake van gekwalificeerde diefstal (diefstal d.m.v. inklimming, 311,1,5e Sr).

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd valt pas onder 311 Sr als deze plaats vindt in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 15.2.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 24.2.


10. Het juiste antwoord is c.

I: In tegenstelling tot art. 312 Sr (wat spreekt over geweld tegen personen) beperkt afpersing (art. 317 Sr) zich niet tot geweld tegen personen en valt onder afpersing ook bedreiging met geweld tegen goederen (bijv. het dreigen gestolen schilderijen te verbranden of op andere wijze te vernietigen of te beschadigen, als geen geld wordt afgegeven).

Zakboek Strafrecht voor de Politie 15.3, 16.1 en 16.2.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 24.3, 26.1 en 25.2.


11. Het juiste antwoord is c.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 3.2 en 18.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 13.2 en 27.1.


12. Het juiste antwoord is d.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 17.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 26.1.


13. Het juiste antwoord is d.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 20.2 en 17.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 30.2. en 27.1.


14. Het juiste antwoord is d.

Oplichting vereist dat de dader het oogmerk had om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Het oogmerk om alleen een ander wederrechtelijk te bevoordelen sluit een veroordeling ter zake oplichting niet uit. Dit betekent dus dat de dader niet zoals in alternatief 1 vermeld staat tenminste het oogmerk moet hebben om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen.

Het oogmerk om alleen een ander wederrechtelijk te bevoordelen sluit een veroordeling ter zake oplichting dus niet uit.

Naast de afgifte van enig goed wordt in de delictsomschrijving van oplichting ook het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld genoemd. Als er aldus alleen sprake is van het ter beschikking stellen van gegevens (bijv. een pincode) of het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld zonder dat daarbij een goed wordt afgegeven, kan er toch sprake zijn van oplichting, mits uiteraard ook aan de overige bestanddelen wordt voldaan.

Degene die opgelicht wordt behoeft inderdaad niet degene te zijn die het betreffende goed afgeeft. Te denken valt hier bijv. aan het door de dader laten afgeven van een goed door een derde.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 18.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 27.1.


15. Het juiste antwoord is d.

Voor oplichting is vereist dat er causaal verband bestaat tussen het aangewende middel en in dit geval de afgifte van de installatie. In de delictsomschrijving staat immers dat het slachtoffer door de dader bewogen moet zijn tot die afgifte, enz. Het postorderbedrijf moet dus door het aannemen van de valse naam bewogen zijn tot afgifte van de goederen. De vraag is dus of het bedrijf de stereo-installatie ook had afgegeven indien A zijn ware naam had opgegeven. Daarover vermeldt de casus inderdaad niets.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 18.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 27.1.


16. Het juiste antwoord is c.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 18.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 27.1.


17. Het juiste antwoord is d.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 15.1, 18.1 en 18.8.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 24.1, 27.1 en 27.4.


18. Het juiste antwoord is c.

‘Hij die een beroep of gewoonte maakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, wordt gestraft met ....’, aldus geen art. 326a Sr. Nergens is terug te vinden dat een postorderbedrijf niet de bescherming van ‘flessentrekkerij’ geniet. Juist het steeds meer kopen ‘op krediet’ terwijl het van meet af de bedoeling was van de dader niet (volledig) te betalen heeft geleid tot het opnemen van art. 326a Sr.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 18.2.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 27.2.


19. Het juiste antwoord is c.

Inderdaad spreekt 350 lid 2 Sr over het opzettelijk en wederrechtelijk een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, doden, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken. Hier lijkt aldus sprake te zijn van ‘vernieling’ aangezien hier kennelijk sprake is van het opzettelijk en wederrechtelijk wegmaken van de parkieten van B.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 19.2.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 28.1.


20. Het juiste antwoord is c.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 20.2.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 29.2.


21. Het juiste antwoord is c.

Inderdaad spreekt 141 lid 2 Sr onder ten 1e over een hoger strafmaximum ‘indien hij opzettelijk goederen vernielt of indien het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel tengevolge heeft’. Indien het gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft is er sprake van een nog hoger strafmaximum (ten 2e en ten 3e). Het gericht zijn v/d handelingen op het toebrengen van letsel (antwoord 4) volstaat dus niet, het ontstaan van letsel zonder gerichtheid daarop volstaat anderzijds wel.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 5.22.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 15.5.


22. Het juiste antwoord is d.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 18.1.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 27.1.


23. Het juiste antwoord is c.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 7.14.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 17.8.


24. Het juiste antwoord is b.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 10.10.

Niet in zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar.


25. Het juiste antwoord is a.

Zakboek Strafrecht voor de Politie 25.4 en 25.13.

Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de opsporingsambtenaar 34.4 en 34.13.



TOT SLOT: TEL UW AANTAL FOUTEN.
0 fout  = 10

1 fout = 10

2 fout = 9.5

3 fout = 9

4 fout = 8.5

5 fout = 8

6 fout = 7.5

7 fout = 7

8 fout = 6.5

9 fout = 6

10 fout = 5.5

11 fout = 5

12 fout = 5

13 fout           = 4.5

14 fout = 4

15 fout = 3.5

16 fout = 3.5

17 fout = 3

18 fout = 2.5

19 fout           = 1.5

20 fout = 1

21 fout = 0.5

22 fout en meer = 0

 

Heeft U fouten in de vragen of de beantwoording gevonden?
Heeft U tips over de vragen of heeft U tips voor andere meerkeuze vragen?
Mail graag naar webmaster@zakboekenpolitie.com.