25 VRAGEN BIJZONDERE OPSPORINGSBEVOEGDHEDEN

Zakboek Strafvordering voor de HulpOvJ hoofdstuk 9
of
Zakboek Strafvordering en Strafrecht voor de Opsporingsambtenaar hoofdstuk 8

Auteursrechten voorbehouden www.zakboekenpolitie.com

  1. Welke stelling is juist?
    I. Opsporing die slechts een geringe inbreuk op de privacy maakt, kan gebaseerd worden op art. 3 Politiewet of art. 141 of 142 Sv.
    II. Opsporing die meer dan een geringe inbreuk op de privacy maakt, mag uitsluitend plaats vinden op basis van uitdrukkelijke bevoegdheden daartoe uit Sv of bijzondere wetgeving.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist .
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  2. Welke stelling is juist?
    I. De Wet Bob bevat een alles omvattende opsomming van bijzondere opsporingsbevoegdheden.
    II. Enkele bijzondere opsporingsbevoegdheden kunnen ook zonder bevel van de OvJ door de opsporingsambtenaar ambtshalve worden toegepast.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  3. Welke stelling is juist?
    I. Het gebruik van bijzondere opsporingsbevoegdheden moet altijd voorgelegd worden aan de Centrale toetsingscommissie van het OM.
    II. Bij het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband mogen zonder dat daaraan verdere eisen worden gesteld al bijzondere opsporingsbevoegdheden toegepast worden bij de verdenking van het beramen van een misdrijf.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  4. Welk alternatief is juist?
    1. Een bevel tot observatie kan uitsluitend voor een periode van drie weken verleend worden.
    2. Een bevel tot observatie kan uitsluitend tweemaal verlengd worden.
    3. Een bevel tot observatie ter zake een overtreding is niet mogelijk.
    4. Een bevel tot observatie mag uitsluitend schriftelijk gegeven worden.

  5. Voor observatie geldt:
    1. Dat ook de RC onder omstandigheden bevoegd is tot het geven van een bevel tot observatie.
    2. Dat voor een bevel tot observatie geen machtiging van de RC vereist is.
    3. Dat voor observatie onder bepaalde voorwaarden ook een woning betreden mag worden.
    4. Dat observatie alleen door speciaal opgeleide opsporingsambtenaren mag plaatsvinden.

  6. In een grootschalig onderzoek naar een kapitaal misdrijf wil de politie de vriendin van de verdachte observeren. Welke stelling is juist?
    I. Alleen verdachten mogen stelselmatig worden geobserveerd.
    II. De wettelijke regels voor stelselmatige observatie gelden zowel voor het observeren van personen als voorwerpen.
    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  7. Op verzoek van het berichtencentrum gaan twee politieambtenaren in een burgerauto naar het plaatselijke winkelcentrum alwaar een groep baldadige jongeren vernielingen zou plegen. Gedurende een half uur houden ze vanaf een vaste plaats en vanuit hun onherkenbare surveillanceauto de groep jongeren nauwlettend in het oog en als blijkt dat een drietal jongeren uit de betreffende groep vernielingen aanricht, worden ze aangehouden. Was hier sprake van stelselmatige observatie?
    1. Nee, er is immers alleen maar statisch geobserveerd.
    2. Nee, er is immers geen observatieteam ingezet.
    3. Nee, gelet op de duur, de plaats en de intensiteit van de observatie.
    4. Ja, ook het nauwlettend in de gaten houden van een groep jongeren zal doorgaans stelselmatige observatie opleveren.

  8. Welk alternatief is juist?
    1. Van burgerinfiltratie mag alleen gebruik worden gemaakt als niet met politiële infiltratie kan worden volstaan.
    2. Bij de uitvoering van de infiltratie mag de verdachte gebracht worden tot strafbare feiten waarop diens opzet tevoren niet was gericht.
    3. Politiële infiltratie behoeft niet ter toetsing voorgelegd te worden aan de Centrale toetsingscommissie OM.
    4. Infiltratie moet beperkt blijven tot de in het bevel genoemde of na wijziging daarvan alsnog daarin opgenomen personen.

  9. Welke stelling is juist?
    I. Uitsluitend gegevens die direct het ras van een persoon betreffen moeten als ‘gevoelige’ informatie worden aangemerkt.
    II. De bepalingen inzake het vorderen van gevoelige gegevens gelden uitsluitend als met een vordering gegevens wordt beoogd gevoelige informatie aan de te vorderen gegevens te ontlenen.
    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  10. Welke stelling is juist?
    I. Van burgerpseudokoop of burgerdienstverlening mag alleen gebruik worden gemaakt als niet met politiële pseudokoop of politiële dienstverlening kan worden volstaan.
    II. Voor pseudoverkoop worden in de wet dezelfde voorwaarden gesteld als bij pseudokoop.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  11. Op marktplaats.nl wordt een recent gestolen 4k tv-scherm te koop aangeboden. Welke stelling is juist?
    I. Van pseudokoop is ook sprake als de opsporingsambtenaar slechts voorwendt de tv te willen afnemen, zulks met de bedoeling de verdachte aan te houden en de tv in beslag te nemen op het moment dat de verdachte tot aflevering overgaat.
    II. Een bevel pseudokoop is onder omstandigheden ook geldig tegen een niet in het bevel genoemde medeverdachte.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  12. In het kader van een onderzoek naar een moord wil een opsporingsambtenaar systematisch en gericht informatie inwinnen over een verdachte. Welk alternatief is juist?
    1. De opsporingsambtenaar is daartoe alleen bevoegd na bevel van de OvJ.
    2. Alleen de (hulp)OvJ is bevoegd die informatie in te winnen.
    3. Daartoe behoeft de opsporingsambtenaar een machtiging van de RC.
    4. Alleen als de opsporingsambtenaar de informatie wil inwinnen zonder dat daarbij kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar is een bevel vereist van de OvJ.

  13. Met betrekking tot het betreden van een besloten plaats (inkijken) geldt:
    1. Dat dit ook in een woning mag plaatsvinden.
    2. Dat er alleen maar gekeken mag worden.
    3. Dat er voor het inkijken niets verbroken mag worden.
    4. Dat er monsters van aanwezige goederen genomen mogen worden.

  14. Welk alternatief met betrekking tot de bevoegdheid tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie is juist?
    1. Ook wanneer een opsporingsambtenaar kennis kan nemen van een gesprek, omdat hij in een café naast het tafeltje zit van de personen die het gesprek voeren, heeft die opsporingsambtenaar hiervoor een bevel van de OvJ nodig.
    2. Vertrouwelijke communicatie mag uitsluitend met behulp van een technisch hulpmiddel worden onderschept, als zij ook wordt opgenomen.
    3. Vereist is dat de verdachte aan de vertrouwelijke communicatie deelneemt.
    4. Het opnemen van communicatie met medeweten van één van de deelnemers aan de communicatie, valt niet onder de wettelijke regeling.

  15. Welke stelling is juist?
    I. Voor een vordering gegevensverstrekking communicatie geldt als voorwaarde een vermoeden dat de verdachte aan de betreffende communicatie deelneemt of heeft deelgenomen.
    II. Een vordering gegevensverstrekking communicatie kan alleen schriftelijk gegeven worden.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  16. Wat zijn de minimale voorwaarden die het Wetboek van Strafvordering stelt aan het tappen van telecommunicatie?
    1. Uitsluitend verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67,1 Sv.
    2. Uitsluitend verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67,1 Sv dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.
    3. Alternatief b, tevens moet het onderzoek de tap dringend vorderen.
    4. Een misdrijf waarvoor vh is toegelaten én het onderzoek moet de tap dringend vorderen.

  17. Na een roofoverval waarbij het slachtoffer is overleden is de met naam en toenaam bekende verdachte met een grote buit ontkomen. Gevraagd wordt om een tap om de verdachte én de omvangrijke buit op te sporen.
    1. Een tap is in dit soort zaken uitsluitend mogelijk bij één of meer onbekend gebleven verdachten.
    2. Ook voor het uitsluitend opsporen van de verdachte mag getapt worden.
    3. Er mag niet getapt worden om alleen te achterhalen waar de in beslag te nemen goederen zich bevinden.
    4. Het gevraagde tapbevel mag alleen schriftelijk gegeven worden.

  18. Bij tappen mogen gebruikersgegevens ter zake communicatieverkeer:
    1. Uitsluitend gevorderd worden door de OvJ of hulpOvJ.
    2. Uitsluitend gevorderd worden door de OvJ of RC.
    3. Uitsluitend gevorderd worden door de OvJ.
    4. Ook gevorderd worden door een opsporingsambtenaar.

  19. Welke gegevens mag een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar vorderen?
    1. Geen enkel gegeven.
    2. Historische, identificerende gegevens.
    3. Historische, identificerende, niet gevoelige persoonsgegevens.
    4. Historische, identificerende, niet gevoelige persoonsgegevens, mits verwerkt anders dan voor persoonlijk gebruik.

  20. Welke stelling is juist?
    I. Voor de bewaring en vernietiging van pv’s en andere voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door onder meer het onderzoek van communicatie zijn in het Wetboek van Strafvordering regels opgenomen.
    II. Voor het gebruik van de onder I genoemde gegevens voor een ander strafrechtelijk onderzoek dan waartoe de bevoegdheid is uitgeoefend (bijvoorbeeld voor een ander opsporingsonderzoek of een strafrechtelijk financieel onderzoek) zijn in het Wetboek van Strafvordering géén regels opgenomen.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  21. Welke stelling is juist?
    I. Een tap op de aansluiting van een (afgeleid) professioneel verschoningsgerechtigde is als regel niet geoorloofd.
    II. De opsporingsambtenaar die door de uitoefening van een bijzondere opsporingsbevoegdheid (bijv. een tap) kennisneemt van mededelingen gedaan door de verdachte aan zijn broer zijnde een reclasseringswerker dient hiervan onverwijld de OvJ in kennis te stellen.

    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.

  22. Welke alternatief over de voeging bij de processtukken van pv’s en andere voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door een bijzondere opsporingsbevoegdheid is juist?
    1. Voeging is alleen verplicht als die pv’s of voorwerpen voor de verdachte belastende informatie bevatten.
    2. Deze pv’s moeten direct na het opmaken bij de processtukken gevoegd worden.
    3. De op de Wet Bob gebaseerde schriftelijke bevelen moeten ook bij de processtukken gevoegd worden.
    4. De RC degene is die over de voeging beslist.

  23. Er is een omvangrijk onderzoek geweest naar een kapitaal delict. Vele bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn gebruikt maar dat heeft helaas niet tot de oplossing van de zaak geleid. Het onderzoek is op een dood spoor gekomen en stilgelegd.
    1. Van de uitoefening van de bijzondere opsporingsbevoegdheden moet alleen aan de verdachte schriftelijk mededeling gedaan worden.
    2. Van de uitoefening van de bijzondere opsporingsbevoegdheden moet aan alle betrokkenen schriftelijk mededeling gedaan worden.
    3. De schriftelijke mededeling van uitoefening van bijzondere opsporingsbevoegdheden moet binnen twee maanden na afsluiting van het onderzoek gedaan worden.
    4. De hulpOvJ is degenen die de mededeling van de uitoefening van de bijzondere opsporingsbevoegdheden moet doen.

  24. Tijdens een grootschalig drugsonderzoek waarbij ook getapt wordt, komt over de lijn informatie over een locatie waar vrijwel zeker vuurwapens verborgen worden. Welk alternatief is juist?
    1. De opsporingsambtenaar is verplicht de vuurwapens in beslag te nemen.
    2. De inbeslagneming mag slechts in het belang van het onderzoek worden uitgesteld met het oogmerk om op een later tijdstip daartoe over te gaan.
    3. De verplichting tot inbeslagneming geldt niet in het geval de OvJ op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang anders beveelt.
    4. Alternatief a, b én c.

  25. Welke stelling is juist?
    I. Alle bestaande Bob-bevoegdheden mogen ook bij aanwijzing van een terroristisch misdrijf toegepast worden, een redelijk vermoeden of ernstige bezwaren wordt niet vereist.
    II: In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf is de opsporingsambtenaar in concreet omschreven veiligheidsgebieden zelfstandig bevoegd tot het onderzoek van voorwerpen en vervoermiddelen en tot het onderzoek aan kleding, hij behoeft daartoe geen machtiging of bevel.
    1. Uitsluitend stelling I is juist.
    2. Uitsluitend stelling II is juist.
    3. Stelling I en II zijn juist.
    4. Stelling I en II zijn niet juist.