WWW.ZAKBOEKENPOLITIE.COM
ACTUALITEITEN NA AFRONDING PAPIEREN EDITIES SV EN SR 2026
Versie 24
februari 2026
- De actualiteiten worden (met enige vertraging) ook
verwerkt in de digitale edities van de zakboeken op www.inview.nl (voorheen Navigator): online
informatieportal van WoltersKluwer voor juridische, fiscale, financiële en
overheidsprofessionals, vrij bereikbaar voor o.m. politie en rechterlijke
macht.
- Zie voor verkrijgbaarheid van de zakboeken WoltersKluwerShop:
zakboeken politie.
ZAKBOEK
STRAFVORDERING VOOR DE HULPOVJ
Wet- en regelgeving
-
geen.
Jurisprudentie
2.3 Feit van algemene bekendheid. ‘Dat het delen van
gegevens in een online omgeving het risico met zich brengt dat informatie
gedurende lange tijd beschikbaar blijft of zelfs nooit wordt verwijderd’. Hof
‘s-Hertogenbosch 06-06-25, ECLI:NL:GHSHE:2025:3792.
3.40 Televisieprogramma deelt info met politie. Het is ‘bepaald niet
ongebruikelijk en ook niet onrechtmatig dat een televisieprogramma zoals [naam
tv-programma] - een programma dat erom bekend staat zich publiekelijk in te
zetten voor de strijd tegen (online) oplichting - informatie deelt met de politie.
Het louter delen van zulke informatie met politie maakt niet dat hierdoor voor
wat betreft de inhoud van deze informatie sprake is van een handelen waarop
opsporingsambtenaren of ambtenaren van het OM enige invloed hebben gehad. Voor
zover sprake was van een door het programma [naam tv-programma] in gang gezette
pseudokoop door een burger of een poging daartoe maakt dit dat oordeel niet
anders’. Hof ‘s-Hertogenbosch 20-08-25, ECLI:NL:GHSHE:2025:2274.
6.6 Verbeurdverklaring (art. 33a Sr). ‘Voor verbeurdverklaring op
de grond dat het voorwerp geheel of grotendeels ‘door middel van of uit de
baten van’ het strafbare feit is verkregen, is (…) niet vereist dat ook kan
worden vastgesteld dat dit voorwerp een vermogensvermeerdering als gevolg van
het strafbare feit belichaamt. Het volstaat dat kan worden vastgesteld dat de
veroordeelde als gevolg van het strafbare feit de beschikking heeft gekregen
over het betreffende voorwerp’. HR 10-02-26, ECLI:NL:HR:2026:192.
6.18 Toepassingsbereik art. 36e Sr, goed is
voorwerp misdrijf: ontnemen? De enkele omstandigheid dat een goed, zoals een
geldbedrag, voorwerp is van het bewezenverklaarde misdrijf witwassen, brengt
niet met zich mee dat alleen al daarom dat goed wederrechtelijk verkregen
voordeel vormt dat op grond van art. 36e lid 2 Sr kan worden ontnomen. HR
10-02-26, ECLI:NL:HR:2026:192.
6.28
Rekening houden met geldboete bij
ontneming (art. 36e lid 10). Onder art. 36e lid 10 Sr wordt ook begrepen een
geldboete die (deels) is opgelegd omdat met voldoening van de geldboete (een
deel van) wederrechtelijk verkregen voordeel aan betrokkene komt te ontvallen.
HR 13-02-26, ECLI:NL:HR:2026:179.
9.9 Inzet criminele burgerinfiltrant (art. 126w
Sv).
Toegestaan, zie voor voorwaarden HR 10-02-26, ECLI:NL:HR:2026:178 (zéér
omvangrijke toetsing, vormverzuimen zonder rechtsgevolgen).
9.18 Informatie vragen op grond van art. 162 lid 2
Sv (aangifteplicht openbare colleges en ambtenaren: desgevraagd inlichtingen
verstrekken).
De OvJ en de door deze aangewezen hulpOvJ zijn op grond van art. 162 lid 2 Sv
bevoegd tot het inwinnen van inlichtingen over vermoedelijke begane strafbare
feiten. Opvragen van deze informatie kan plaatsvinden met een gericht verzoek
en hoeft niet bij uitsluiting plaats te vinden door aanwending van bevoegdheid
van art. 126nd Sv. HR 13-02-26, ECLI:NL:HR:2026:233.
10.4
Klachttermijn (art. 66 Sr en 316 lid 3
Sr). Bij
het bepalen van het aanvangsmoment van de termijn waarbinnen de
klachtgerechtigde een klacht moet indienen, dient gekeken te worden naar het
moment dat de belaging tot een einde is gekomen, ook wanneer een kortere
periode bewezen is verklaard dan in de aangiftes is vermeld. Hof
‘s-Hertogenbosch 27-01-26, ECLI:NL:GHSHE:2026:222.
ZAKBOEK STRAFRECHT VOOR
DE HULPOVJ
Wet- en regelgeving
-
geen.
Jurisprudentie
14.1 Schending van
ambts/beroepsgeheim (art. 272 Sr)
-
‘Informatie die
enig geheim bevat, betreft informatie die is bestemd om niet bekend te worden,
behalve voor zover deze door daartoe bevoegde personen bekend wordt gemaakt’.
-
‘Bij de
beoordeling of sprake is van geheime gegevens kan onder meer betekenis toekomen
aan de aard van de informatie, het moment waarop en de hoedanigheid waarin de
geheimhoudingsplichtige hiervan kennis kreeg en het moment waarop de
geheimhoudingsplichtige deze informatie aan een derde verstrekte. Dat de
betreffende informatie ook bij een andere instantie of op andere manier dan wel
op een later moment verkrijgbaar zou zijn geweest, staat op zichzelf niet eraan
in de weg dat sprake kan zijn van een “geheim” als bedoeld in art. 272 Sr’.
HR 13-01-26, ECLI:NL:HR:2026:32.
11.7 Opzetaanranding
(art. 241 Sr). ‘Heeft betrekking op
situaties waarin de dader seksuele handelingen verricht met een ander en
daarbij opzettelijk de ontbrekende wil bij die ander negeert of voor lief
neemt. Daaronder vallen handelingen die bestaan uit een op een seksuele
beleving gerichte aanraking(en) van lichaamsdelen. Wanneer die onverhoeds
worden verricht, kan dat getuigen van het opzettelijk negeren van de
ontbrekende wil. In dat geval is de dader zich bewust van de aantasting van de
seksuele integriteit en wil hij de ander geen ruimte geven om zich hiertegen
uit te spreken’. Hof Den Haag 26-01-26, ECLI:NL:GHSHE:2026:222.
15.19 Gebruik persoonsgegevens voor intimidatie (doxing) (art. 285d Sr). ‘De verdachte heeft zich ten aanzien van het
slachtoffer, een ambtenaar van politie, schuldig gemaakt aan “doxing”, door
tweemaal op Facebook een voor het slachtoffer kwetsende, beledigende en
bedreigende tekst te plaatsen met daarbij een foto van het slachtoffer
gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn politietaak, te weten: een
verkeerscontrole aan de personenauto van de verdachte op de openbare weg. In de
tekst roept de verdachte lezers van de berichten onder meer op om de naam en
het adres van het slachtoffer aan hem bekend te maken, looft hij voor informatie
over het slachtoffer een beloning uit, geeft hij aan dat hij inmiddels weet in
welke wijk het slachtoffer woont en wekt hij daarmee de suggestie dat hij het
slachtoffer thuis wil gaan opzoeken’. Hof ‘s-Hertogenbosch 06-06-25, ECLI:NL:GHSHE:2025:3792.
29.5 Dood
door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994). Verdachte en zijn medeverdachten hebben de weg na het
verrichten van oogstwerkzaamheden onvoldoende schoongemaakt en daarmee een
gevaarlijke situatie op die weg gecreëerd. Het slachtoffer is met zijn
bromfiets uitgegleden over de gladde modder op de weg, waarna hij is gevallen
en tegen een tegemoetkomende auto is aangebotst en is overleden. Hof Amsterdam
03-02-26, ECLI:NL:GHAMS:2026:250.
----------------------------------------------